Thursday, August 20, 2020

Maria Magdalena van Akerlaeken's letter to Constantijn Huygens, dated July 30, 1647

Source:

Briefwisseling van Constantijn Huygens 1607-1687

http://resources.huygens.knaw.nl/watermarker/media/huygens/original/4630_ubl.pdf?pos_x=10&pos_y=3&use_border=true&all_pages=true&color=20%2C20%2C20&text=%C2%A9+Universiteitsbibliotheek+Leiden%0ACod.+Hug.+37+%28Akerlaeken%29+1%0Ahttp%3A%2F%2Fresources.huygens.knaw.nl%2Fbriefwisselingconstantijnhuygens%2Fbrief%2Fnr%2F4630&font_size=1.5%25


(photo courtesy of Koninklijke Verzamelingen Den Haag)

The letter:

Myn heere
jck versoecke Oodsmoedelyck, of bedelheyt believe de moyten te nemen van myn te doen weten de tyt wanneer Syne Hoogheyt Prince Wilhelm heeft verCregen d'edle Ordre van den Coussebant, U edelheyt sal my believen te vergeven de stoutheyt dien jck neme van U Edelheyt dit soo te derven schryven, is om oorsaecke jck U Edelheyt niet geerne met myn woorden soude mogelyck vallen, soo daer weder om wat soude mogen wesen in het Sterff huysch van myn vader Sal., dat U Edelheyt soude Connen dienen U Edelheyt sal maer hebben te gebieden,
Maria Margareta van Akerlaecken

U Edelheyt
sal het be-
lieven maer
op dit brieffken
te setten
des 30. juli 1647.

No comments:

Post a Comment